Discounted Cash Flow methode

Groenewegen & Lukaart hanteert hoofdzakelijk de Discounted Cash Flow (DCF) methode waarbij toekomstige geldstromen contant gemaakt worden met behulp van een vermogenskostenvoet

Deze methode wordt in de waarderingspraktijk het meest toegepast en wordt gezien als de meest juiste methodiek. Het grote voordeel van de DCF-methode is dat er naar de toekomst wordt gekeken in plaats van het verleden.

Daarnaast wordt in de DCF-methode gewerkt met geldstromen en geld is een objectief begrip (Veel waarderingsmethodes maken gebruik van het economische winstbegrip dat meer te beïnvloeden is). Andere waarderingssystematieken kunnen vanzelfsprekend worden toegepast waar dat recht doet aan de problematiek. Niet in alle gevallen is namelijk de DCF-methode goed toepasbaar en soms is het goed om vanuit verschillende invalshoeken te waarderen om zo een betere onderbouwing van waarde te krijgen.

De ‘Keu’ ofwel de kostenvoet

Belangrijk in dit waarderingsproces is de aan te nemen kostenvoet die geëist wordt door de investeerder. De bepaling hiervan is van grote invloed op de uitkomst van de waardering. Deze kostenvoet wordt Keu genoemd wat staat voor kostenvoet eigen vermogen unlevered (zonder rekening te houden met het effect van financiering met vreemd vermogen). De bepaling van deze Keu vergt een nauwgezette analyse van de alternatief mogelijke opbrengsten in de vorm van bijvoorbeeld risicovrije rente, rendement op de beurs en normale rendementen binnen de branche, in combinatie met een analyse van de risico’s welke inherent zijn aan het beleggen binnen de specifieke onderneming. Dit is een ingewikkeld proces dat slechts door specialisten die daartoe opgeleid zijn op een goede manier kan worden volbracht en, wat bij een verkeerde uitkomst, kan leiden tot een foutieve vaststelling van de waarde die zeer materieel kan zijn.
Voornamelijk de vaststelling van het specifieke risico binnen de onderneming vereist een gedegen analyse waarbij onder meer de kwaliteit van het management, de afhankelijkheid van afnemers en leveranciers, toetreding barrières en andere specifieke zaken van belang zijn.

Met de werkelijke financiering met vreemd vermogen op het moment van waarderen wordt rekening gehouden door de waardeerder waarbij met name het belastingeffect van de aftrekbaarheid van de te betalen rente een rol speelt. Het totaaleffect hiervan op de waarde wordt ook wel de tax shield genoemd.

De aldus gevonden economische waarde wordt verder nog gecorrigeerd voor activa die niet direct benodigd zijn voor de bedrijfsvoering en voor het vreemde vermogen wat in de onderneming geïnvesteerd is. Vaak wordt ook een correctie doorgevoerd met betrekking tot onroerend goed wat binnen de onderneming gehouden wordt waarbij de exploitatie gecorrigeerd wordt met een normale vergoeding hiervoor en de marktwaarde van het onroerend goed, mits realiseerbaar, gecorrigeerd wordt in de waarde van de aandelen.

Wat is het verschil tussen waarderingen door specialisten en door niet-deskundigen?

Vaak wordt de waarde gebaseerd op historische exploitatie- en balansgegevens. Zoals uitgelegd is die voor een investeerder minder relevant. Deze is geïnteresseerd in toekomstige geldstromen. Niet eens in toekomstige rendementen! Indien deze immers (bijvoorbeeld door hoge benodigde investeringen) niet leiden tot geldstromen is dit voor de belegger geen geldstroom die naar hem toekomt. Helaas wordt door het gros van de waardeerders die daartoe geen specifieke opleiding gehad hebben teveel nadruk gelegd op de historie. In de praktijk zien we dan ook vele zogenaamde waarderingen die weinig praktische relevantie hebben en in transacties veel verstorende invloed kunnen hebben. Tevens komen we ook veel waarderingen tegen die niet door een objectieve waardeerder zijn opgesteld en daardoor een te positief of negatief beeld geven en dientengevolge tot problemen kunnen leiden omdat ze de ondernemer een verkeerd beeld schetsen omtrent de werkelijke economische waarde van de aandelen/onderneming.

Check ook de informatie over: waarderingstechniek