Welke valkuilen komt een ondernemer zoal tegen bij het realiseren van zijn bedrijfsfinanciering? Wij nemen er graag een aantal met u door.

  1. Er wordt te snel voor de eigen huisbank gekozen
    Ondernemers die een investeringsplan hebben of gewoon geld tekortkomen, gaan vaak eerst naar de eigen bank, zonder van tevoren goed in kaart te brengen waar ze het geld exact voor nodig hebben, wat de status van hun bedrijf is en wie ze zijn als ondernemer. Als deze zaken bij elkaar opgeteld worden, past het totaalplaatje negen van de tien keer niet in een bancaire financiering. Door de afwijzing die dan volgt, raakt men vaak teleurgesteld en gefrustreerd. In het beste geval wordt er dan pas naar andere mogelijkheden gekeken en in het slechtste geval wordt er abrupt gestopt met de zoektocht naar een financiering.
  2. De ondernemer heeft de cijfers van de onderneming niet op orde
    Ondernemers weten vaak niet precies hoeveel financiering ze nodig hebben, omdat dat niet direct uit de cijfers blijkt vanwege het simpele feit dat ze die niet op orde hebben. De jaarrekening van het afgelopen boekjaar is bijvoorbeeld nog niet klaar, wat in de regel dan ook geldt voor de tussentijdse cijfers van het lopende boekjaar. Voorstellingen met betrekking tot de financiering komen dan vaak niet overeen met de cijfers. Het gebeurt dat ondernemers ervan overtuigd zijn dat ze een voorraad hebben ter waarde van X-duizend euro, terwijl het bij nader onderzoek veel minder waard blijkt te zijn, waarbij het verschil kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Hetzelfde geldt voor het uitstaande bedrag aan onderhanden werk. Ook dat wordt in dit soort situaties nogal eens behoorlijk hoger ingeschat door de ondernemer dan wat het daadwerkelijk is. Tot slot kan de debiteurenstand een vertekend beeld geven, want een openstaande factuur van twee weken is iets heel anders dan één van twee jaar. Bij de optelsom van deze feiten is een financieringsaanvraag uiteraard bij voorbaat al gedoemd te mislukken.
  3. De ondernemer heeft de risico’s niet goed in beeld
    Financiers maken altijd een risicoanalyse om te checken of ze iemand wel of geen geld kunnen lenen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de zogenaamde softe kant. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de ondernemer zelf wegvalt? Is zijn kennis en inzet gewaarborgd doordat er een vervanger voor hem is of doordat hij het risico goed afgedekt heeft met een verzekering, of komt dan het hele bedrijf stil te liggen? Verder wordt er gekeken naar risico’s in productie- en inkoopprocessen. Loopt de ondernemer daar financiële risico’s en zo ja, heeft hij daar rekening mee gehouden? Als een ondernemer dit niet goed in kaart heeft en de uitkomsten negatief zijn, word een ondernemer door de financier niet alleen afgerekend op het inzicht qua risico’s, maar ook op de kwaliteit van het ondernemerschap.
  4. De ondernemer is niet transparant bij een financieringsaanvraag
    Het gebeurt dat ondernemers bij de financieringsaanvraag ‘vergeten’ te vertellen dat ze een aantal jaren geleden bij een faillissement betrokken waren, dat ze een BKR-registratie op hun naam hebben staan en dat ze vier jaar geleden gescheiden zijn en nog steeds in een rechtszaak zitten in verband met de alimentatie. Dit zijn allemaal secundaire zaken ten opzichte van de bedrijfsmatige vraag, maar van wezenlijk belang voor het wel of niet verkrijgen van een financiering. Er zijn namelijk financiers die iemand met een BKR-registratie per definitie uitsluiten en dat geldt ook voor het faillissementsregister. Het niet vermelden van dit soort zaken, schept bepaald geen vertrouwen. Maar als u hier vanaf het begin open en transparant in bent, vergroot u de kans van slagen juist aanzienlijk. Zelfs als een BKR-registratie inmiddels verjaard en opgelost is, is het nog slim om dat te benoemen.
  5. De ondernemer gaat er vanuit dat een alternatieve financiering te duur is
    Door die aanname nemen veel ondernemers niet de moeite om zich te verdiepen in het veelzijdige aanbod. Het is een feit dat deze vorm van financiering inderdaad vaak wat duurder is dan een bancaire financiering, maar daar staat ook wat tegenover! Alternatieve financiers durven vaak meer risico’s te nemen door financieringen te bieden waar ze minder of geen zekerheden voor vragen en ze verstrekken vaak een veel hogere bevoorschotting. De risico’s die ze nemen, worden uiteraard ingecalculeerd, maar het is altijd in verhouding. Ze verstrekken geld waar de banken het niet meer durven. Als ondernemer moet u goed kijken waar het geld voor nodig is en wat het rendement is wat u op de betreffende financiering kunt maken.
  6. Er wordt een verkeerde soort financiering voor de investering gekozen
    Bij veel ondernemingen gaat de Gouden Balansregel niet op. Wat houdt dat in? Aan de linkerkant van de balans staan het bedrijfspand, de machines, de bedrijfswagens en de debiteuren. Het begint bovenaan lang met een pand die voor dertig jaar gefinancierd kan worden en eindigt met de debiteuren die heel kort gefinancierd kunnen worden. Aan de rechterkant van de balans staan het eigen vermogen en allerlei soorten financieringen. De langste daarvan is de hypotheek die voor die dertig jaar op het pand is afgesloten en de kortste is de rekening courant bij de bank. Als bedrijven winst maken, komt er automatisch veel geld op de rekening courant te staan. Wat er vaak gebeurd is dat dit geld vervolgens gebruikt wordt voor grote uitgaven zoals een nieuwe machine. Dan gaat de Gouden Balansregel niet meer op, omdat het type financiering absoluut niet past bij de looptijd van de activa waarin geïnvesteerd wordt. Uit de rekening courant kunt u uitstekend een debiteur financieren, maar geen machine met een looptijd van tien jaar. Het kost ook nog eens extra geld, want kort geld is vaak veel duurder dan lang geld. En als het bedrijf bij groei werkkapitaal nodig heeft voor debiteuren, zit de boel op slot. Om dan alsnog de debiteuren te financieren, moet de betreffende machine achteraf geherfinancierd worden in de constructie van een lening of een lease.

Tot het ideale financieringspakket komen, hoe doe je dat?

Het is bij een financieringsaanvraag belangrijk om je als ondernemer te wenden tot een adviseur met verstand van zaken. Binnen Groenewegen & Lukaart zijn twee financieringsadviseurs actief.

Onze financieringsadviseurs bemiddelen tussen de ondernemer en de financiële instanties. Omdat wij samenwerken met Credion, hebben we warme contacten met ruim negentig geldverstrekkers. Qua mogelijkheden moet je dan denken aan bankfinancieringen, lease, factoring, crowdfunding, investeerders, particuliere financiers , investeringsmaatschappijen en nog veel meer.

De zogenaamde traditionele banken zijn nog steeds betrokken bij zo’n zestig procent van alle financieringen. De basisfinanciering bij een bank is over het algemeen ook nog steeds de goedkoopste oplossing voor een bedrijf. Maar omdat deze financiering lang niet altijd afdoende en/of passend is, hebben wij (via Credion) de specialiteit te zoeken naar combinatiepakketten. Er wordt bijvoorbeeld een deel via de bank gefinancierd, een deel via crowdfunding, een deel via lease en een deel via factoring om op die manier tot de ideale financieringsmix te komen.

Als u meer wilt weten over het financieren van uw onderneming of u wilt begeleiding bij de zoektocht naar een passende financiering kunt u contact opnemen met Hans van Dienst (Regio Zeeland) of Dick de Jong (Regio Drechtsteden).

bron: Sprout/Credion